Wandeling: Baraque Michel

Relais des Fagnes - Chalet du Centenaire - Pont du Centenaire - Fagne Polleur - Baraque Michel - Vecquée - Villa Sérénité - Relais des Fagnes

  • 19 km lange, schilderachtige wandeling met een eerste helft in stijgende lijn langs het water en een tweede helft in dalende lijn over een oeroude weg dwars door de hoge venen

  • niet geschikt voor ongeoefende wandelaars, kinderwagens of mindervaliden

  • kan heel slijkerig zijn - waterdicht schoeisel met goede grip absoluut noodzakelijk

  • restauratie mogelijk na ½ van de wandeling, in de brasserie “Baraque Michel”

​Vertrek op “Route de Hockai” rechtsaf en wandel helemaa door tot waar de straat een scherpe bocht naar rechts maakt en er recht voor je uit en links een veldweg vertrekt. Wandel gewoon rechtdoor de veldweg in, langs het vakantiehuis "Chalet du Centenaire" en verder tot waar de veldweg uitkomt op een smal bospaadje. Hier ga je naar links.

 

Rechts onder je ligt de Ravel. Dit is de oude spoorlijn 4 tussen Pépinster en Stavelot. Sinds 1973 rijdt hier geen enkele trein meer en vandaag is er zelfs geen treinspoor meer te zien, omdat zowat het hele traject omgevormd is tot fietspad, als onderdeel van het zeer populaire Ravel-netwerk (Réseau Autonome des Voies Lentes).

Het bospad komt uit bij een steil bruggetje, dat je oversteekt. Na het bruggetje daal je steeds verder af tot bij de rivier Hoëgne. Steek de Hoëgne over via de “pont de Centenaire”, neem het knuppelpaadje rechtdoor en klim vervolgens een eindje omhoog. Het eerste veldweggetje rechts ga je in en dit blijf je een heel eind volgen, langs de Hoëgne en vervolgens door een donker bos, tot je bij een brug komt. Dit gebied wordt “Fagne Polleur” genoemd.

 

Je steekt de brug niet over, maar blijft steeds verder rechtdoor lopen, stroomopwaarts naast de rivier. (Je hoeft je niets aan te trekken van de vermelding “chemin privé”.) 


Blijf op het asfaltweggetje en ga dus naar rechts bij de splitsing. Het weggetje loopt een eind door het bos en daarna wandel je door een typisch veenlandschap zoals we het kennen uit de toeristische gidsen, met lage en kromme loofbomen, grassige begroeiing, naaldbomen en een vrolijk meanderend veenriviertje.  Bij de splitsing ga je naar rechts.

Nog wat verder ontvouwen zich enkele prachtige panorama’s over dit prachtige natuurgebied. Op een bepaald moment passeer je een beekje dat onder het pad door een betonnen buis vloeit. (Let op de kwartsietblokken aan de kant van de weg.) Dit is de Herbofaye (die ontspringt in de buurt van Baraque Michel), die zich hier bij de Hoëgne gaat voegen. Je ziet hier eigenlijk de “geboorte” van de Hoëgne: vóór de samenvloeiing van beide riviertjes heet de Hoëgne nog Polleur. (De bron ligt in de buurt van Mont Rigi op een hoogte van 660 m.) Na 25 km bochtenwerk mondt de Hoëgne uit in de Vesder.


Blijf enkele km het pad naast de rivier volgen tot je bij een kruispunt komt, waar een jachthut staat. Hier ga je linksaf en steek je via het betonnen bruggetje de Herbofaye over. En nu naar boven, tot bij een oeroude weg, die "Vecquée" genoemd wordt.

 

Deze weg was reeds in gebruik ten tijde van de Galliërs. Nadien werd het een Romeinse weg en in de Middeleeuwen waren het de prins-bisschoppen van Luik, die hem gebruikten om de abdijen van Malmédy en Stavelot te gaan bezoeken. Vandaar de naam “la Vecquée” (cfr. “évêque”: bisschop, dus “weg van de bisschop”). Hij vormde in die tijd ook de Zuidergrens van het prinsbisdom van Luik. Tussen 1815 en 1920 (tot aan het Verdrag van Versailles) vormde hij eveneens de grens tussen België en Pruisen. In 1839 werden langs deze grenslijn zeshoekige grensstenen geplaatst, waarvan er nog enkele resteren. 


Ga een klein eindje naar rechts en houd halt bij grenspaal BP151 (B = België, P = Pruisen).

 

Hier vind je het "croix des fiancés”. Dit herdenkt de dood van Marie Solheid en François Reif, op 21 januari 1871. Deze twee jonge mensen waren op weg naar huis, maar ze zijn er nooit aangekomen. Ze zijn doodgevroren in de sneeuw, die toen 75 cm dik lag. Pas op 22 maart werd hun stoffelijk overschot gevonden.

Enkele honderden meters verderop gaat de weg over in een stenig pad, dat je mooie uitzichten biedt over de hoge venen. Het pad komt uit bij een kapelletje: de “Chapelle Fischbach”.

 

Dit kapelletje werd in 1831 gebouwd door een industrieel uit Malmédy, ridder Henri Toussaint Fischbach, om de voorzienigheid te bedanken dat zijn schoonvader werd gered na verdwaald te zijn in het veen. Het waren de mensen van Baraque Michel, die hem door het luiden van de klok op het goede pad hadden gebracht. De kapel werd gewijd aan “Notre Dame de Bon Secours”. Ze werd voorzien van een klokkentoren en een lichtbaken voor noodgevallen en er werd een register neergelegd (het “Livre de Fer”) waarin eventuele geredden hun wedervaren konden vertellen. In 1856 telde het reeds een honderdtal getuigenissen.

En nu is het tijd voor een welverdiende pauze: in de “Baraque Michel” is er een uitgebreide keuze aan typische streekgerechten, taarten en snacks. De brasserie werd gebouwd in begin 19de eeuw, door een kleermaker uit Herbiester. Hij zou God beloofd hebben een herberg te bouwen voor verdwaalde reizigers, na zelf bijna fataal verdwaald te zijn op de hoge venen. Gedurende verschillende decennia luidden de herbergier en zijn klanten de klok bij het vallen van de nacht of wanneer het weer reizigers in gevaar kon brengen. Net als de Mont Rigi wat verderop, deed de herberg oook dienst als douanekantoor tussen België en Pruisen (Mont Rigi aan Pruisische, Baraque Michel aan Belgische kant). De uitbaters moesten ’s avonds de slagbomen sluiten en fungeerden daarnaast ook nog als postbeambte.

Na de pauze keer je terug naar het kapelletje en je neemt opnieuw het rotsig pad door het veen. We doen dit nu in omgekeerde richting, zodat je een tweede kans hebt om te genieten van de typische venenpanorama’s zoals we ze kennen uit de toeristische folders.

 

En nu gaan we de historische “Vecquée” afstappen zoals zovele generaties voor ons dat gedaan hebben: altijd maar rechtdoor en bergaf, dwars door de venen heen. Hier en daar moet je wel de bosrand in omdat het pad te slijkerig is.

Uiteindelijk kom je opnieuw uit bij de “pont du Centenaire”. Steek de brug over en nu is het weer tijd voor een nijdige klim: via het asfaltbaantje omhoog tot bij het bruggetje over de Ravel. Niet oversteken, maar rechts het steile paadje naar beneden nemen om een stukje over de oude spoorbaan te wandelen, linksaf richting Francorchamps.

Wandel verder tot aan het eerste kruispunt. Hier sla je rechtsaf en je blijft deze weg omhoog volgen tot aan de grote baan. Even naar links en onmiddellijk oversteken, de steile straat aan de overkant in. Volg deze baan tot het einde en draai dan naar rechts. Iets voorbij huisnr. 411 gaat de baan over in een landweg tussen weilanden door. Blijf de zandweg volgen en houd links aan bij de splitsing. Bij de volgende splitsing is het naar rechts en een eindje verderop kijk je uit naar een ietwat verscholen pad aan de linkerkant. Dit blijf je volgen tot je opnieuw “Relais des Fagnes” bereikt.